Derde-partij vroeg op 22 januari 2020 een omgevingsvergunning aan voor het realiseren van een mantelzorgwoning door verbouwing van een agrarische schuur achter zijn woning. De vergunning werd verleend voor maximaal 10 jaar. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat onvoldoende duidelijk was of er noodzaak tot mantelzorg bestond, mede omdat zij geen inzage hadden in de rapportage die ten grondslag lag aan de mantelzorgverklaring.
De rechtbank nam kennis van de vertrouwelijke rapportage en concludeerde dat er wel aanwijzingen waren voor een zorgbehoefte, maar onvoldoende duidelijkheid bestond of de zorg die werd verleend voldeed aan de definitie van mantelzorg zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht. Verweerder had nagelaten nadere informatie in te winnen, waardoor de besluitvorming onzorgvuldig was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder de opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De rechtbank zag geen aanleiding tot het in stand laten van de rechtsgevolgen of het toepassen van een bestuurlijke lus.