ECLI:NL:RBNHO:2022:6110
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering urgentieverklaring woningtoewijzing gemeente Alkmaar
Eiser, die sinds 2016 in Nederland woont en in 2019 zijn gezin uit Marokko liet overkomen, vroeg een urgentieverklaring aan voor woningtoewijzing bij de gemeente Alkmaar. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser ten tijde van de aanvraag bij zijn ouders woonde en niet kon aantonen dat hij buiten eigen schuld deze woning moest verlaten. Bovendien woonde hij inmiddels in een woning van dnoDoen.
Eiser voerde aan dat hij niet kon voorzien dat de Huisvestingsverordening per 1 juli 2019 zou wijzigen en dat hij door vertraging bij het verkrijgen van een BSN-nummer zijn aanvraag niet eerder kon indienen. De rechtbank oordeelde dat dit niet afdoet aan het feit dat niet aan de randvoorwaarden is voldaan.
Daarnaast stelde eiser dat de huidige woonsituatie bij dnoDoen ongeschikt is vanwege gedeelde voorzieningen en overlast, wat leidt tot psychische problemen bij hem en zijn gezin. Hij verzocht toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank vond dat verweerder in redelijkheid heeft besloten deze clausule niet toe te passen, mede omdat de overgelegde medische en sociale documenten onvoldoende objectief onderbouwd waren en de recente documenten niet in de beoordeling konden worden meegenomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de afwijzing van de urgentieverklaring bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.