ECLI:NL:RBNHO:2022:6183
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen uitdelingslijst in faillissement [bedrijf 1] B.V.
Het faillissement van [bedrijf 1] B.V. werd op 13 september 2016 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam. De curator stelde een uitdelingslijst op die op 7 februari 2022 ter griffie werd neergelegd. Verzoekers kwamen tijdig in verzet tegen deze lijst, stellende dat een vordering van circa € 2.000.000 van de voormalig raadsman van verzoekers ten onrechte als erkende concurrente vordering was opgenomen.
De rechter-commissaris bracht een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun verzet omdat zij geen schuldeisers zijn in de zin van artikel 137e Faillissementswet. Ook als erfgenamen van de aandeelhouder van [bedrijf 1] kunnen zij geen verzet instellen, aangezien aandeelhouders en hun erfgenamen geen schuldeisers zijn.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees erop dat het faillissement volgens artikel 137a Fw wordt vereenvoudigd afgewikkeld, zonder verificatievergadering en zonder lijst van erkende en betwiste crediteuren. De curator lichtte toe dat de genoemde vordering slechts ad informandum is opgenomen en niet erkend is.
De rechtbank verklaarde verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzet. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open binnen acht dagen na de uitspraak, uitsluitend door een advocaat bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzet tegen de uitdelingslijst in het faillissement van [bedrijf 1] B.V.