Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1]
1.Het procesverloop
- het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 21 september 2021;
- het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 13 januari 2022.
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst met de vervoerder gesloten voor een vlucht van Lima naar Sofia via Panama City en Amsterdam. De vlucht van Amsterdam naar Sofia liep meer dan drie uur vertraging op. De passagiers vorderden compensatie van €1.200 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder voerde primair aan dat de passagiers niet-ontvankelijk waren vanwege het ontbreken van een machtiging van ClaimCompass Ltd. en subsidiair dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking van de grondafhandelaar in Verona die de voorgaande vlucht HV5462 vertraagde.
De kantonrechter oordeelde dat de passagiers wel ontvankelijk zijn, omdat zij zich door ClaimCompass Ltd. lieten vertegenwoordigen. De vervoerder had onvoldoende bewijs geleverd dat de vertraging van de vlucht Amsterdam-Sofia uitsluitend het gevolg was van de staking en de vertraging van de voorgaande vlucht. Het ontbreken van een vluchtrapport en onvoldoende gegevens over de vertraging maakten dat het beroep op buitengewone omstandigheden werd verworpen.
De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van €1.200 compensatie en proceskosten. Een termijn voor betaling werd niet vastgesteld. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €1.200 compensatie wegens vertraging van meer dan drie uur.