ECLI:NL:RBNHO:2022:6193
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering passagier tegen vervoerder wegens reeds terugbetaalde reissom
De passagier heeft een vordering ingesteld tegen de vervoerder Deutsche Lufthansa AG, gevestigd te Keulen, waarbij hij een terugbetaling van een reissom eiste. De vervoerder betwistte de bevoegdheid van de gemachtigde van de passagier niet en stelde dat de reissom reeds aan deze gemachtigde was voldaan. De passagier reageerde niet op de tussenbeschikking waarin hij werd uitgenodigd te reageren op de stellingen van de vervoerder.
De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was op grond van artikel 26 van Pro de Brussel I bis-Verordening, aangezien de vervoerder niet de rechtsmacht betwistte. De kantonrechter achtte de volmacht van de gemachtigde aannemelijk, mede omdat de vervoerder de reissom aan deze gemachtigde had betaald.
Omdat de passagier niet had gereageerd op de tussenbeschikking en de vervoerder een bewijs van betaling had overgelegd, nam de kantonrechter aan dat de reissom reeds was terugbetaald. De vordering werd daarom afgewezen. De passagier werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Uitkomst: De vordering van de passagier wordt afgewezen omdat de vervoerder de reissom reeds heeft terugbetaald aan de gemachtigde.