In deze civiele bodemzaak tussen de man en de vrouw heeft de rechtbank Noord-Holland een door partijen bereikte regeling betreffende partneralimentatie vastgelegd. De procedure kende meerdere zittingen en schriftelijke uitwisselingen, waarbij partijen hun standpunten konden aanpassen mede vanwege de Covid-19 situatie. Uiteindelijk bereikten partijen overeenstemming, waardoor verdere behandeling niet meer nodig was.
De rechtbank veroordeelde de man tot het betalen van een oplopende partneralimentatie van €1.000,- bruto per maand vanaf 1 augustus 2022, oplopend tot €1.500,- bruto per maand vanaf 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2026. Tevens werd een alimentatieachterstand vastgesteld van €2.000,- bruto over mei tot en met juli 2021, die in maandelijkse termijnen wordt afgelost vanaf 1 augustus 2024.
De overeenkomst bevat een niet-wijzigingsbeding, waarbij wijziging alleen mogelijk is bij ingrijpende omstandigheden of arbeidsongeschiktheid. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.