De rechtbank Noord-Holland heeft op 19 juli 2022 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een vrouw en een man die in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Partijen hebben gezamenlijk verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. Tevens is een ouderschapsplan opgesteld en ondertekend, dat deel uitmaakt van de beschikking.
De minderjarige kinderen zijn betrokken bij de procedure en afzonderlijk gehoord door de kinderrechter. Partijen hebben hun verzoeken over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling ingetrokken, behoudens de verdeling van de zomervakantie. De rechtbank heeft de verdeling van de zomervakantie vanaf 2023 vastgesteld: in oneven jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de man en de laatste drie weken bij de vrouw, en in even jaren omgekeerd.
Verder is de kinderbijdrage vastgesteld op €131,75 per maand per kind, te betalen door de man aan de vrouw. Verzoeken omtrent voortzetting van de birdnestingsregeling zijn afgewezen, maar de man heeft aangeboden deze nog drie maanden voort te zetten bij medewerking van de vrouw. De verdeling van de gemeenschap van goederen is grotendeels in onderling overleg geregeld, waarbij de rechtbank geen beslissing neemt over de reeds overeengekomen punten. Het verzoek van de vrouw tot vergoeding van cashgeld uit de kluis is afgewezen omdat dit geld aan de kinderen toebehoort en geen deel uitmaakt van de gemeenschap van goederen.