ECLI:NL:RBNHO:2022:6307
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Gegrond verklaard klaagschrift en teruggave verkoopopbrengst auto na beslag
Op 6 december 2019 werd een auto in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek waarbij klager als verdachte werd aangemerkt. De auto werd in augustus 2021 verkocht voor € 2.889, waarop het beslag rustte. Klager werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en de ontnemingsvordering werd afgewezen, waardoor het beslag op de auto niet langer gerechtvaardigd was.
Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv, primair verzoekt hij teruggave van € 7.150, de door hem gestelde redelijke waarde van de auto, en subsidiair de feitelijke verkoopopbrengst van € 2.889. Het Openbaar Ministerie stelde zich primair op niet-ontvankelijkheid omdat tot teruggave was besloten, subsidiair op gegrondverklaring van het klaagschrift voor € 2.889.
De rechtbank oordeelt dat klager ontvankelijk is en dat het beslag niet is beëindigd zolang de verkoopopbrengst niet is uitbetaald. De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en heft het beslag op het bedrag van € 2.889 op. Teruggave van dit bedrag wordt gelast. De rechtbank benadrukt dat een procedure op grond van artikel 552a Sv niet ziet op teruggave van een hoger bedrag dan de verkoopopbrengst en adviseert klager bij onvrede over de redelijkheid van de verkoopprijs een civiele procedure te starten.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de teruggave van € 2.889 wordt gelast.