Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
5.Motivering van de sanctie
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8 (acht) jaren.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 juli 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van moord en doodslag. De verdachte had het slachtoffer meerdere malen met kracht geslagen en getrapt, wat uiteindelijk leidde tot het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank sprak verdachte vrij van moord omdat het bewijs voor voorbedachte rade ontbrak.
Uit het forensisch pathologisch onderzoek bleek dat het slachtoffer ernstige en uitgebreide letsels had opgelopen door meermalen stomp botsende krachtsinwerking, met name aan hoofd, hals, romp en ledematen. De doodsoorzaak was een leververscheuring door forse stomp botsende krachtsinwerking op de romp. De rechtbank stelde vast dat verdachte meer geweld heeft gebruikt dan hij zelf verklaarde, en dat hij bewust de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard, waarmee voorwaardelijk opzet op doodslag is bewezen.
De verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer, noodweerexces of putatief noodweer, omdat verdachte zich verdedigde tegen een agressieve aanval van het slachtoffer en diens hond. De rechtbank verwierp deze beroepen omdat de noodweersituatie was geëindigd na het buitenzetten van de hond en verdachte disproportioneel geweld gebruikte. Ook was er geen hevige gemoedsbeweging die noodweerexces zou rechtvaardigen en geen verschoonbare dwaling omtrent gevaar.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren, rekening houdend met de ernst van het feit, het ontbreken van eerdere veroordelingen en de spijtbetuiging van verdachte. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Verdachte wordt vrijgesproken van het meer ten laste gelegde dan doodslag.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en veroordeeld voor doodslag met voorwaardelijk opzet tot 8 jaar gevangenisstraf.