Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 80.950,00en dat aan [veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van [veroordeelde] en haar raadsman
3.980,00
84.930,91
80.950,91
Ook gaat de rechtbank voorbij aan het algemene en verder niet concreet gemaakte standpunt dat er verrekend moet worden.
De rechtbank ontleent haar oordeel dat wederrechtelijk voordeel is verkregen en de schatting van de hoogte van dat voordeel aan de volgende feiten en omstandigheden.
= € 39.050,91, welk bedrag door de rechtbank zal worden afgerond op een bedrag van
€ 39.050,-.
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 39.050,00.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 39.050,00(negenendertigduizendvijftig euro en éénenvijftig eurocent).
€ 39.050,00, ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.