ECLI:NL:RBNHO:2022:6468

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 juli 2022
Publicatiedatum
25 juli 2022
Zaaknummer
C/15/329678 / KG ZA 22-343 verkort
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:267 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medehuurderschap en zorgregeling voor minderjarig kind in kort geding

In een kort geding tussen partijen over medehuurderschap en de zorg voor hun minderjarige kind heeft de voorzieningenrechter een verkort vonnis gewezen. Eiseres vordert medehuurderschap van de woning bij woningbouwvereniging Wooncompagnie, terwijl gedaagde dit tegenhoudt. Daarnaast is een zorgregeling voor het minderjarige kind aan de orde.

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om binnen drie dagen medewerking te verlenen aan het verkrijgen van medehuurderschap voor eiseres. Bij gebreke van medewerking treedt het vonnis in de plaats van de door gedaagde te verrichten handelingen. Tevens wordt een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind wekelijks van donderdag tot zondag bij de moeder verblijft en van zondag tot donderdag bij de vader, inclusief een verdeling van de zomervakantie.

In reconventie krijgt gedaagde het exclusieve gebruik van de woning toegewezen en wordt eiseres verplicht de woning te verlaten en niet meer te betreden zonder schriftelijke toestemming. Het kind wordt aan gedaagde toevertrouwd. De kosten van de procedure worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en tegen dit vonnis staat hoger beroep open.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan medehuurderschap en het minderjarige kind krijgt een zorgregeling met verblijf bij beide ouders.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/329678 / KG ZA 22-343

Verkort vonnis in kort geding van 14 juli 2022

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [plaats 1] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. D.E.M. Boukens te Hoorn Nh,
tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 1] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. H. Beekelaar te Kwadijk.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 12 juli 2022 wordt vanwege de spoedeisendheid van de zaak een verkort vonnis gewezen. Een uitgewerkt vonnis, waarin de motivering van de beslissing zal worden weergegeven, volgt op 22 juli 2022.
Er wordt als volgt beslist:
De voorzieningenrechter:

in conventie

  • veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het aanvragen/verkrijgen van medehuurderschap in de zin van artikel 7:267 BW Pro voor [eiseres] met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats 1] bij woningbouwvereniging Wooncompagnie, en bepaalt daarbij dat bij gebreke van die medewerking dit vonnis in de plaats treedt van de door [gedaagde] te verrichten (rechts)handelingen met betrekking tot de aanvraag van medehuurderschap,
  • bepaalt dat het minderjarige kind, [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [plaats 2], iedere week van donderdag 18.00 uur tot en met zondag 18:00 uur, alsmede de eerste drie weken van de zomervakantie, bij de vrouw verblijft en iedere week van zondag 18:00 uur tot en met donderdag 18:00, alsmede de laatste drie weken van de zomervakantie, bij de man verblijft,
  • verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
  • compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
  • wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie

  • bepaalt dat [gedaagde] bij uitsluiting van [eiseres] gerechtigd is tot het gebruik van de woning aan de [adres] te [plaats 1] en de zich daarin bevindende inboedel,
  • bepaalt dat [eiseres] gehouden is om de woning aan de [adres] te [plaats 1] verlaten te houden en dat zij deze woning, anders dan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van [gedaagde] , niet meer mag betreden,
  • bepaalt dat het minderjarige kind, [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [plaats 2], aan [gedaagde] wordt toevertrouwd,
  • verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
  • compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
  • wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Kanninga-Jonker en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. de Bert op 14 juli 2022. [1]
Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.
Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

Voetnoten

1.Conc.: 1589