Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 28 december 2021 met 2 producties,
- het vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 23 februari 2022 waarin de zaak is verwezen naar de voorzieningenrechter,
- de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 29 maart 2022, waarbij verschenen zijn mr. F.F. Kool, kantoorgenoot van mr. Wernik voornoemd, en mr. Rozenbeek voornoemd,
- de pro forma aanhouding (op verzoek van partijen),
- de akte inbreng producties van de zijde van [K] met producties 10 t/m 12,
- de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 19 juli 2022, waarbij wederom mr. Kool en mr. Rozenbeek zijn verschenen,
- de pleitnotities van de zijde van [K],
- het ter zitting overgelegde afschrift van het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank 5 april 2022.
2.De uitgangspunten
3.Het geschil
“[B] is ontslagen van alle rechtsvervolging (beroep op noodweer) en de vordering van de benadeelde partij ([K]) is niet-ontvankelijk verklaard.