ECLI:NL:RBNHO:2022:678
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verklaring voor recht onthouding erkenning huwelijk Afghanistan en veroordeling medewerking religieuze echtscheiding
De vrouw verzocht de rechtbank om te verklaren dat het in Afghanistan gesloten huwelijk nietig is of niet erkend kan worden in Nederland, omdat zij niet vrijelijk toestemming heeft gegeven en het huwelijk in haar afwezigheid is voltrokken. De man werd tevens veroordeeld om mee te werken aan de ontbinding van het informele religieuze huwelijk, onder oplegging van een dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw onder grote mentale druk van haar familie papieren heeft getekend op de Afghaanse ambassade, zonder dat zij begreep wat zij ondertekende. De wil tot het huwelijk ontbrak van meet af aan, waardoor volgens het Afghaanse recht geen rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen. Daarnaast is erkenning van het huwelijk in Nederland in strijd met de openbare orde.
De rechtbank stelde vast dat de man zijn medewerking aan de ontbinding van het religieuze huwelijk weigert, waardoor de vrouw gevangen blijft in dit huwelijk met ernstige beperkingen in haar levensvrijheid. Op grond van een onrechtmatige daad werd de man veroordeeld om binnen twee weken een verklaring van echtscheiding te sturen en mee te werken aan de Afghaanse echtscheiding, onder een dwangsom van €500 per dag met een maximum van €25.000.
De overige verzoeken werden afgewezen wegens gebrek aan belang. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen de beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Erkenning van het in Afghanistan gesloten huwelijk wordt onthouden en de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de ontbinding van het religieuze huwelijk onder dwangsom.