Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 mei 2022, met producties 1 tot en met 18,
- de incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid,
- het antwoord in het incident tot onbevoegdheid.
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele procedure is een geschil ontstaan tussen eiser en Dakkapel.nl B.V. over de nakoming van een aannemingsovereenkomst voor het plaatsen van een dakkapel. Eiser stelt dat Dakkapel tekortgeschoten is en vordert nakoming door het plaatsen van een nieuw kozijn of herstelkosten.
Dakkapel verzoekt de rechtbank zich onbevoegd te verklaren en de zaak door te verwijzen naar de kantonrechter, omdat het belang van de vorderingen niet hoger is dan € 25.000, het competentieplafond van de kantonrechter. Eiser betwist dit en stelt dat de zaak door de sector civiel moet worden behandeld.
De rechtbank oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat het belang van de vorderingen het bedrag van € 25.000 overstijgt, mede omdat de aanneemsom voor de gehele dakkapel € 7.800 bedroeg. De dwangsom en proceskosten tellen niet mee voor de competentie. Daarom is de kantonrechter bevoegd en wordt de vordering van Dakkapel toegewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident wegens het nodeloos veroorzaken van het incident. De zaak wordt doorverwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling, waarbij partijen niet verplicht zijn zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de kantonrechter.