ECLI:NL:RBNHO:2022:721
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vermindering aanslag OZB 2020
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een hoekwoning gelegen aan een adres in Medemblik voor het kalenderjaar 2020. De gemeente had de waarde vastgesteld op €222.000, welke eiser betwistte en een lagere waarde van €196.000 voorstelde. De rechtbank oordeelt dat de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met waardebepalende factoren, zoals de ligging aan een hofje versus doorgaand vaarwater bij vergelijkingsobjecten.
De rechtbank laat de verkoopprijs van een vergelijkingsobject dat ruim twee jaar na de waardepeildatum is verkocht buiten beschouwing. Verder wordt geoordeeld dat de invloed van een gehuurde CV-ketel en de vorm van de kavel niet tot een waardedrukkend effect leiden. Ook de staat van onderhoud en gedateerde elementen worden niet als waardeverlagend beoordeeld.
Uiteindelijk stelt de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €215.000, vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van €1.620. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en treedt in de plaats daarvan.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €215.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.