Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 juli 2018, te Heerhugowaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (een) voorwerp(en), te weten een hoeveelheid/hoeveelheden geld (te weten een geldbedrag van € 152.606,47) , heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten voornoemde hoeveelheid/hoeveelheden geld gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
van een voorwerp, te weten voornoemde hoeveelheid/hoeveelheden geld gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en of zijn mededader(s) wist(en), althans
redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
hij op of omstreeks 21 juli 2017 te Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen(s) te weten een boksbeugel, van categorie I, onder 1° of 3°, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben gedragen;
hij op 21 juli 2017 te Heerhugowaard, opzettelijk bankbiljetten van € 50 (te weten 81 stuks), dat/die hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zelf heeft/hebben nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem/haar/hen, toen hij deze ontving(en) bekend was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, in voorraad heeft/hebben gehad.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van de bewijsverkrijging en van het bewijs
(stap 1). Vervolgens zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen
(stap 2). Indien daarvan sprake is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen
(stap 3). Een dergelijke verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn
(stap 4). Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld en de goederen
(stap 5). Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden
(stap 6).
hij op 21 juli 2017 te Heerhugowaard, een wapen te weten een boksbeugel, van categorie I, onder 1° of 3°, voorhanden heeft gehad;
hij op 21 juli 2017 te Heerhugowaard, opzettelijk bankbiljetten van € 50 (te weten 81 stuks), waarvan de valsheid hem, toen hij deze ontving bekend was, met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven, in voorraad heeft gehad.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Verzoeken tot het horen van getuigen
7.Motivering van de sanctie
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
10 (tien) maanden.