Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het tussenvonnis van 16 maart 2022
- de mondelinge behandeling van 9 juni 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. Partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
3.De feiten
Uit de stukken volgt verder dat de genormeerde hypotheeklasten van [eiser] totaal € 83.392,31 bedroegen, dat wil zeggen een last van € 6.994,35 bruto per maand en dat de hypothecaire financiering van [eiser] met een percentage van 95,01% daarmee binnen de Rabobanknorm (toegestane lasten) viel. Tevens volgt uit de stukken dat de overbruggingsfinanciering gegeven zijn tijdelijke aard niet is meegenomen in deze berekening. Bij de berekening van de leencapaciteit is daarom uitgegaan van een te verstrekken financiering van € 1.200.000,-.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Overkreditering
€ 163,00