ECLI:NL:RBNHO:2022:7861
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderopvangtoeslag ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door Belastingdienst/Toeslagen over zijn verzoek tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend, namelijk voordat de beslistermijn verstreken was.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in. Hij voerde aan dat Belastingdienst/Toeslagen op 5 maart 2022 had aangekondigd niet tijdig te zullen beslissen en dat hij daardoor gerechtvaardigd was om toen al een ingebrekestelling te sturen. Ook stelde hij dat het beroep gegrond was en dat een zitting had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn op 30 maart 2022 eindigde en dat de ingebrekestelling van 5 maart 2022 te vroeg was. Het feit dat opposant toen nog niet werd bijgestaan door een gemachtigde is geen reden om het te vroeg indienen te verontschuldigen. De rechtbank wijst erop dat de ontvankelijkheid van het beroep door de rechtbank wordt beoordeeld en niet door Belastingdienst/Toeslagen.
Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere buitenzittingsuitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend.