ECLI:NL:RBNHO:2022:7873
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening WIA-uitkering wegens op geld waardeerbare arbeid in supermarkt
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WIA-uitkering en de opgelegde boete, omdat verweerder oordeelde dat hij niet de juiste informatie had verstrekt over zijn werkzaamheden. Verweerder baseerde dit op een handhavingsonderzoek, werkplekcontroles en verklaringen.
De rechtbank oordeelt dat eiser de Nederlandse taal voldoende beheerst en dat het gespreksverslag van 15 december 2020 terecht is meegewogen. Eiser heeft feitelijk leiding gegeven aan een commerciële supermarkt, ondanks dat deze op naam stond van een jongerenvereniging. Dit blijkt uit verklaringen, werkplekcontroles en waarnemingen.
De rechtbank concludeert dat eiser op geld waardeerbare arbeid heeft verricht in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WIA-uitkering en terugvordering van € 25.084,86 worden bevestigd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WIA-uitkering en terugvordering worden bevestigd.