Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Vordering benadeelde partij
5.Beslissing
vrij.
niet-ontvankelijkin de vordering.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 6 september 2022 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met een vrouw die volgens de tenlastelegging bewusteloos of verminderd bewust was. De verdachte en het slachtoffer hadden elkaar via Tinder leren kennen en hadden meerdere keren contact. Op 18 april 2020 brachten zij samen de avond door waarna het slachtoffer bij verdachte bleef slapen.
Het slachtoffer verklaarde dat de verdachte haar 's ochtends seksueel had betast en binnengedrongen terwijl zij zich slapend hield en niet wilde. De rechtbank stelde vast dat het slachtoffer tijdens het binnendringen wakker was en dat er geen sprake was van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht zoals bedoeld in artikel 243 Sr Pro. Ook was het niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap had van een toestand van verminderd bewustzijn.
De rechtbank oordeelde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden verklaard. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn bij seksueel binnendringen.