Op 19 februari 2022 stak de verdachte het slachtoffer meermalen met een keukenmes in het bovenlichaam, wat leidde tot twaalf steekwonden. De rechtbank stelde vast dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het letsel dodelijk kon zijn.
De verdachte voerde noodweer aan, stellende dat hij zich verdedigde tegen een wederrechtelijke aanranding. De rechtbank oordeelde echter dat het gebruik van het mes als verdedigingsmiddel niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de aanval, waarmee de grenzen van noodzakelijke verdediging werden overschreden.
Ook het beroep op noodweerexces werd verworpen omdat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte door een hevige gemoedsbeweging buiten zichzelf handelde. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en verklaarde het mes verbeurd.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de impact op het slachtoffer en de omgeving, waaronder het asielzoekerscentrum waar het incident plaatsvond. De verdachte had geen eerdere onherroepelijke veroordelingen in Nederland.