Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:8239

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
9911156 \ WM VERZ 22-1264
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor inrijden aan verkeerde zijde van verkeersbord op Leidsevaart te Haarlem

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het inrijden aan de verkeerde zijde van een verkeersbord (bord D 2/16) op de Leidsevaart te Haarlem. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Namens betrokkene werd de bevoegdheid van de verbalisant betwist, waarbij een verkeersbesluit werd overgelegd dat echter niet op de locatie van de overtreding van toepassing was. De kantonrechter oordeelde dat deze betwisting onvoldoende was onderbouwd en verwees naar een relevant arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarnaast werd aangevoerd dat betrokkene niet staande was gehouden, maar de verbalisant verklaarde onder ambtsgelofte dat een staande houding vanwege verkeersdrukte niet mogelijk was.

De kantonrechter achtte dit voldoende en concludeerde dat de boete terecht aan de kentekenhouder was opgelegd. Er was geen aanleiding om de boete te matigen en het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9911156 \ WM VERZ 22-1264
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 9 september 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde] .

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: weg inrijden aan de andere zijde van het bord dan de pijl aangaf: bord D 2/16.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Namens betrokkene is de bevoegdheid van de verbalisant in twijfel wordt getrokken. Gemachtigde heeft ter onderbouwing van dit standpunt bij het beroepschrift een verkeersbesluit overgelegd, maar vast staat dat dit verkeersbesluit niet ziet op de Leidsevaart te Haarlem, waar de gedraging is begaan. Gemachtigde heeft op de zitting aangegeven het juiste verkeersbesluit overgelegd te willen zien. De kantonrechter stelt echter vast dat het al met al blijft bij een algemene betwisting van de bevoegdheid van de verbalisant en het overleggen van een verkeersbesluit dat niet van toepassing is, en in het licht van het overzichtsarrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2019 (vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2019:10797) stelt zij vast dat er aldus onvoldoende is aangevoerd om aan de bevoegdheid van de verbalisant te twijfelen. Er hoeft door de officier van justitie dan ook geen verkeersbesluit overgelegd te worden dat wél op de Leidsevaart te Haarlem ziet, zoals door [gemachtigde] ter zitting is verzocht.
Voorts is namens betrokkene aangegeven dat betrokkene niet staande is gehouden en dat verbalisant onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit niet mogelijk was. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal, onder ambtsgelofte, het volgende hierover verklaard:
“(…) Ik stond met mijn dienstvoertuig stil voor de verkeerslichten op de Leidsevaart kruising Emmaplein. Aldaar zag ik dat eerder genoemd voertuig de drukte wilde ontwijken en links om de dwangpijl, aangegeven door een D2 RVV1990 bord, heen reedt. Een staande houding was in dit geval niet mogelijk wegens de verkeersdrukte ter plaatse en de snelheid waarmee het voertuig zijn weg vervolgde. (…)”.
Naar het oordeel van de kantonrechter is hiermee voldoende duidelijk gemaakt dat staande houding niet mogelijk was. Gezien de beschreven situatie kon van verbalisant – vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid – niet verlangd worden dat hij vanuit stilstand over een drukke kruising de achtervolging van de motorfiets van betrokkene in zou zetten.
De boete is dus terecht, aan de kentekenhouder, opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Hierdoor is er geen aanleiding voor proceskostenvergoeding, zoals door gemachtigde verzocht.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: