Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:8240

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
9884306 \ WM VERZ 22-1121
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 WVWArt. 7 Regeling kentekens en kentekenplatenArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete wegens niet behoorlijke zichtbaarheid kenteken op e-scooter bevestigd volgens verticale toleranties

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat het kenteken op zijn e-scooter niet behoorlijk zichtbaar zou zijn. Hij stelde dat de e-scooter volgens Europese richtlijnen was goedgekeurd en dat het kenteken correct was bevestigd. Ter onderbouwing overhandigde hij een foto met een mobiele telefoon waarop een hoek van 30° werd aangegeven.

De kantonrechter onderzocht de zaak aan de hand van artikel 40 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 7, onder 6, van de Regeling kentekens en kentekenplaten. Hierin is bepaald dat het kenteken loodrecht op het verticale mediaanvlak moet zijn aangebracht met een tolerantie van maximaal 5%, en in bepaalde gevallen een helling tot 30° ten opzichte van de verticale lijn is toegestaan.

De kantonrechter gebruikte een waterpas-app om de door betrokkene overgelegde foto te analyseren en concludeerde dat de 30° hoek niet ten opzichte van de verticale lijn was gemeten, maar ten opzichte van de horizontale lijn. De werkelijke hoek ten opzichte van de verticale lijn bleek circa 55° te zijn, wat de toegestane tolerantie overschrijdt.

Daarom oordeelde de kantonrechter dat de boete terecht was opgelegd. Betrokkene kon niet aangeven hoe het kenteken anders bevestigd zou moeten worden om aan de regelgeving te voldoen. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens niet behoorlijke zichtbaarheid van het kenteken wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9884306 \ WM VERZ 22-1121
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 9 september 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: het kenteken is niet behoorlijk zichtbaar aanwezig op of aan het motorrijtuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Zo heeft betrokkene gesteld dat de betreffende e-scooter naar Europese richtlijnen is goedgekeurd, dat het kenteken daar bevestigd is waar het bedoeld is te worden bevestigd, en dat er geen andere plek op het voertuig is waar dit dan beter zou kunnen. Bovendien heeft betrokkene een foto overgelegd van het voertuig met de kentekenplaat, waarop een mobiele telefoon parallel aan de kentekenplaat is gelegd, en waarop “30°” staat. Dit zou volgens betrokkene betekenen dat de door de verbalisant genoteerde tolerantie-waarde van 30° niet overschreden is.
De gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd is opgenomen in artikel 40 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Uit de op artikel 40, derde lid WVW gebaseerde artikel 7, onder 6. van de Regeling kentekens en kentekenplaten volgt onder meer het volgende:

6. De kentekenplaat moet loodrecht op het verticale mediaanvlak van het voertuig zijn aangebracht en zich in verticale stand bevinden, met een tolerantie van 5%. Indien de vorm van het voertuig zulks vereist, mag de kentekenplaat evenwel de volgende helling ten opzichte van de verticale stand hebben:
a.indien de van het kenteken voorziene zijde van de kentekenplaat naar boven is gekeerd, een hoek van ten hoogste 30°, mits de bovenrand van de kentekenplaat zich niet hoger dan 1.20 m boven het wegdek bevindt,
b.indien de van het kenteken voorziene zijde van de kentekenplaat naar beneden is gekeerd, een hoek van ten hoogste 15°, mits de bovenrand van de kentekenplaat zich op een grotere hoogte dan 1.20 m boven het wegdek bevindt.”.
Er moet aldus worden uitgegaan van de ‘verticale lijn’, de tegenhanger van ‘horizontaal’ (bijvoorbeeld het wegdek). Graden horizontaal en verticaal zijn goed met een (digitale) waterpas te meten. In de regeling staat voorts opgenomen dat allereerst een tolerantie van 5° ten opzichte van de verticale lijn is toegestaan, en - indien de vorm van het voertuig dit vereist en het kenteken naar boven is gekeerd – een tolerantie van 30° ten opzichte van de verticale lijn is toegestaan, mits de bovenrand van de kentekenplaat zich niet hoger dan 1.20 meter boven het wegdek bevindt.
Zoals gezegd is op één van de foto’s van betrokkene te zien dat de hoek waarin het kenteken geplaatst is “30°” zou moeten zijn. De kantonrechter heeft, met behulp van een “waterpas-app” (genaamd: Waterpas – Level Tool) 30° nagebootst met de ‘horizontaal’ als uitgangspunt, en ook met ‘verticaal’ als uitgangspunt. Hierdoor is de kantonrechter ervan overtuigd geraakt dat op de foto van betrokkene te zien is dat dit niet 30° is ten opzichte van ‘verticaal’ (wat zou moeten) maar ten opzichte van ‘horizontaal’. Als de kantonrechter vervolgens de mobiele telefoon zo houdt, dat er 55° ten opzichte van verticale stand in het scherm komt te staan, komt dit zo op het oog overeen met de foto’s van het voertuig met het kenteken. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat de hoek waarin het kenteken geplaatst is de toegestane tolerantie overschreden heeft, en daarom is de boete terecht opgelegd.
De kantonrechter begrijpt uit het beroepschrift dat betrokkene niet zou weten hoe de kentekenplaat anders bevestigd zou moeten worden zodat het wel aan wet- en regelgeving voldoet. Hier is wellicht informatie over in te winnen, waardoor het probleem opgelost kan worden. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd verder geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: