Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:8242

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
9884820 \ WM VERZ 22-1149
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete parkeren op gehandicaptenparkeerplaats wegens onduidelijk bord

Betrokkene werd beboet voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats met een voertuig dat niet voor die plek bestemd was. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, die door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. De kantonrechter behandelde het beroep en oordeelde dat de overtreding was begaan, maar dat de boete gematigd moest worden.

De kantonrechter nam daarbij mee dat het bord dat het gebruik van de parkeerplaats reguleerde, verkeerd geplaatst was en deels door een boom werd onttrokken aan het zicht. Dit kon tot verwarring leiden, wat ook door de wegbeheerder werd onderkend door het bord later te verplaatsen en te draaien. Hoewel betrokkene had moeten opletten, was de onduidelijke situatie een reden voor matiging.

De boete werd daarom gematigd tot € 100,00. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd aan betrokkene terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Boete voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats gematigd tot € 100,00 wegens onduidelijke bebording.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9884820 \ WM VERZ 22-1149
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 9 september 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft de gedraging ook niet ontkend.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het bord dat aangaf dat alleen een voertuig met een bepaald kenteken van de parkeerplaats gebruik mocht maken contra op de door betrokkene gevolgde rijrichting geplaatst was, en dat het deels aan het zicht werd onttrokken door een nabij geplaatste boom. Vast staat dat een bestuurder bij het uitstappen om zich ervan dient te vergewissen dat hij bij het aan komen rijden geen borden gemist heeft, en kennelijk heeft betrokkene dat nagelaten. Maar door de plaatsing, en met name de omstandigheid dat betrokkene onderbouwd heeft aangevoerd dat het bord ondertussen verplaatst en gedraaid is, is de kantonrechter van oordeel dat de wegbeheerder kennelijk ook van oordeel was dat de eerdere plek van het bord tot verwarring kon leiden. De rechtmatige gebruiker van de parkeerplek heeft er immers ook belang bij dat bestuurders het bord opmerken en er niet per ongeluk gaan parkeren. De boete zal om voormelde redenen worden gematigd tot € 100,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 100,00 (met handhaving van de administratiekosten;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel aan zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker , kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: