ECLI:NL:RBNHO:2022:8253

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 september 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
C/15/322578 / FA RK 21-5706
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap en eenhoofdig gezag toegekend aan moeder

De rechtbank Noord-Holland heeft op 15 september 2022 het geregistreerd partnerschap tussen partijen ontbonden, omdat dit duurzaam is ontwricht. De vrouw had hiertoe een verzoek ingediend, dat door de man niet werd bestreden.

Partijen hadden een convenant opgesteld dat deel uitmaakt van de beschikking. De vrouw had aanvankelijk verzocht het ouderschapsplan ook deel uit te laten maken van de beschikking, maar heeft dit verzoek ingetrokken.

De rechtbank heeft het verzoek van de vrouw toegewezen om het gezag over het minderjarige kind na ontbinding eenhoofdig aan haar toe te kennen. Dit omdat de man onherroepelijk is veroordeeld voor seksueel misbruik van een uit een eerdere relatie van de vrouw geboren minderjarige dochter. De man erkende het verzoek en voerde geen verweer. De Raad voor de Kinderbescherming stemde in met eenhoofdig gezag door de vrouw, mede omdat de vrouw instemt met contact via beeldbellen tussen de man en het kind.

Een verzoek van de vrouw voor voortgezet gebruik van de woning is ingetrokken en behoeft geen verdere bespreking.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door middel van hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Het geregistreerd partnerschap is ontbonden en het eenhoofdig gezag over het minderjarige kind is toegekend aan de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zaaknummer / rekestnummer: C/15/322578 / FA RK 21-5706
Beschikking van 15 september 2022 betreffende de ontbinding van het geregistreerd partnerschap
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. S. Tromp, gevestigd te Hoorn,
tegen
[verweerder] ,
rechtens wonende te [woonplaats] ,
thans gedetineerd te [stad] ,
hierna te noemen de man.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 19 november 2021;
- het aanvullende verzoekschrift, met als bijlagen een door partijen ondertekend convenant en ouderschapsplan, van de vrouw, ingekomen op 20 januari 2022;
- de brief, met bijlage, van de vrouw, ingekomen op 9 augustus 2022.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2022.
Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw bijgestaan door mr. S. Tromp en de man. Voorts is verschenen mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op [datum] te [plaats] .
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is [naam] , geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats] .
2.3.
Ontbinding
2.3.1.
De vrouw heeft ontbinding van het geregistreerd partnerschap verzocht. Zij heeft gesteld dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht.
De man heeft geen verweer gevoerd.
2.3.2.
Tussen partijen staat vast dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is dan ook toewijsbaar.
2.4.
Partijen hebben onderling een regeling getroffen die is vermeld in het aan deze beschikking gehechte convenant. De rechtbank zal, conform het verzoek van de vrouw en nu de man daartegen geen verweer heeft gevoerd, bepalen dat het convenant deel uitmaakt van deze beschikking.
De vrouw heeft aanvankelijk ook verzocht dat het door partijen ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking. Ter zitting heeft de vrouw dit verzoek echter ingetrokken. Daarmee behoeft dit onderdeel geen verdere bespreking.
2.5.
Gezag
2.5.1.
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat het gezag over de minderjarige na ontbinding van het geregistreerd partnerschap alleen aan haar toekomt.
2.5.2.
De rechtbank overweegt dat de hoofdregel is dat ouders na ontbinding van het geregistreerd partnerschap het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen. De rechtbank acht in dit geval wijziging van het gezag in het belang van de minderjarige noodzakelijk omdat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders, indien deze gezamenlijk het ouderlijk gezag blijven uitoefenen. Voorts is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank het volgende gebleken. De man is bij onherroepelijk vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Alkmaar, van 17 mei 2022 wegens seksueel misbruik van een uit een eerdere relatie van de vrouw geboren minderjarige dochter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Voorts zijn daarbij aan de man bijzondere voorwaarden opgelegd betreffende een contact- en locatieverbod en een schadevergoedingsmaatregel.
De man heeft ter zitting verklaard dat hij het verzoek van de vrouw begrijpt en dat hij daartegen geen verweer voert. Hij schaamt zich diep over wat er is gebeurd en hij zal dit de rest van zijn leven moeten meedragen. Hij vindt dat de vrouw een goede moeder is voor de minderjarige en hij heeft er alle vertrouwen in dat de vrouw goed voor de minderjarige zal zorgen.
Voorts is ter zitting gebleken dat de man sinds 9 november 2021, de datum waarop hij is gedetineerd, via beeldbellen drie maal contact heeft gehad met de minderjarige. De man vindt dit fijn en hij hoopt dat het in de toekomst mogelijk zal zijn dat hij weer face-to-face contact met de minderjarige zal kunnen hebben.
2.5.3.
Op grond van het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen. Hierbij heeft de rechtbank ook nog in aanmerking genomen dat de Raad ter zitting heeft aangegeven, gelet op de situatie van partijen, in te stemmen met eenhoofdig gezag door de vrouw en dat uit alle beschikbare informatie blijkt dat de vrouw aan het belang van de minderjarige blijft denken, nu zij ermee instemt dat de minderjarige via beeldbellen contact kan onderhouden met de man.
2.6.
Woning
2.6.1.
De vrouw heeft het voortgezet gebruik van de woning verzocht.
2.6.2.
Ter zitting heeft de vrouw dit verzoek ingetrokken. Daarmee behoeft dit onderdeel geen verdere bespreking.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, aangegaan te [plaats] op [datum] ;
3.2.
bepaalt dat het aangehechte, door partijen op 27 november 2021 ondertekende, convenant deel uitmaakt van deze beschikking;
3.3.
bepaalt dat het gezag over het minderjarige kind van partijen alleen toekomt aan de vrouw;
3.4.
verklaart de beslissing met betrekking tot het gezag uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier A.M. Bergen op 15 september 2022.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.