Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft in 2019 een op maat gemaakte elektrische fiets aangeschaft en zelf betaald zonder een vergoeding vanuit de WMO aan te vragen. De Belastingdienst weigerde de aftrek van deze kosten als specifieke zorgkosten in haar aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor 2019. De rechtbank stelt vast dat de fiets kwalificeert als een ander hulpmiddel volgens artikel 6.17 van de Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelt dat het niet doen van een WMO-aanvraag niet in de weg staat aan aftrek van de kosten, omdat eiseres geen eigen bijdrage in het kader van de WMO heeft betaald. De kosten van de fiets zijn daarom aftrekbaar tot het volledige bedrag van € 8.168,90. De kosten van de fietsverzekering zijn niet aftrekbaar omdat eiseres dit niet aannemelijk heeft gemaakt.
Verder is vastgesteld dat de rechtsbijstand beroepsmatig is verleend, waardoor de Belastingdienst wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 2.056. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van € 10.190. De rechtbank doet geen uitspraak over het hoorrecht omdat eiseres dit niet meer wenst.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 10.190, met toekenning van proceskosten aan eiseres.