ECLI:NL:RBNHO:2022:8565

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 september 2022
Publicatiedatum
27 september 2022
Zaaknummer
C/15/328239 / FA RK 22-2319
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 BWArt. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:229 BWArt. 1:230 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie door duomoeder van ongeboren kind met terugwerkende kracht

Verzoekster, in een affectieve relatie met de moeder sinds 2016, heeft verzocht om adoptie van het ongeboren kind dat de moeder verwachtte. De adoptie is aangevraagd vóór de geboorte, waardoor deze terugwerkt tot het moment van geboorte van het kind.

De rechtbank constateert dat de adoptie in het belang is van het kind en dat het kind niets meer van de donor als ouder te verwachten heeft. De moeder stemt in met het verzoek en de Raad voor de Kinderbescherming heeft geen bezwaar tegen de adoptie.

De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie toe en bepaalt dat het kind de geslachtsnaam behoudt die reeds voor het eerste kind van het paar is gekozen. Het gezamenlijk gezag wordt van rechtswege toegekend aan verzoekster en de moeder. De beschikking wordt openbaar uitgesproken en kan worden aangevochten door hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie door de duomoeder toe met terugwerkende kracht tot de geboorte en bevestigt het gezamenlijk gezag.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zaak-/rekestnr.: C/15/328239 / FA RK 22-2319
beschikking van 27 september 2022 betreffende adoptie
gegeven op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat: mr. E.J. Huizinga, kantoorhoudende te Haarlem,
strekkende tot:
a. het uitspreken van de adoptie door verzoekster van het ten tijde van de indiening van het verzoekschrift nog ongeboren kind, waarvan
[de moeder](verder: de moeder) zwanger is;
b. het bepalen dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen;
c. het bepalen, voor zover verzoekster niet van rechtswege het ouderlijk gezag verkrijgt, dat zij het gezamenlijk ouderlijk gezag met de moeder heeft over de minderjarige.
Als belanghebbende wordt aangemerkt: de moeder, wonende te [plaats] .

1.Verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekster, ingekomen op 18 mei 2022;
- de brief van verzoekster, met als bijlage een gewaarmerkt afschrift van de geboorteakte van de minderjarige, ingekomen op 25 juli 2022;
- het e-mailbericht van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) van 28 juli 2022.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2.Feiten en omstandigheden

2.1
Verzoekster en de moeder hebben sinds mei 2016 een affectieve relatie. Zij zijn niet gehuwd en zijn geen geregistreerde partners. Zij zijn voornemens met elkaar in het huwelijk te treden.
2.2
De minderjarige [de minderjarige 1] (verder: [de minderjarige 1] ) is geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] als zoon van de moeder.
2.3
[de minderjarige 1] is verwekt met het semen van een bij verzoekster en de moeder bekende donor, [de donor] (verder: de donor).
2.4
De donor heeft schriftelijk verklaard geen belanghebbende te willen zijn in de adoptieprocedure van [de minderjarige 1] .
2.5
De moeder is van rechtswege belast met het gezag over [de minderjarige 1] .
2.6
Bij beschikking van deze rechtbank, locatie Alkmaar, van 1 juli 2020 is de adoptie uitgesproken van de uit verzoekster op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] geboren minderjarige [de minderjarige 2] (verder: [de minderjarige 2] ), door de moeder.

3.Beoordeling

adoptie
3.1
De moeder stemt in met het verzoek tot adoptie.
3.2
De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige 1] is. Tevens is komen vast te staan dat [de minderjarige 1] thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van de donor als ouder te verwachten heeft. Ook aan de overige in artikel 1:227 BW Pro genoemde gronden voor adoptie is voldaan evenals aan de in artikel 1:228 BW Pro genoemde voorwaarden voor adoptie. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie dan ook toewijzen. Hierbij heeft de rechtbank nog laten meewegen dat de Raad in voormeld e-mailbericht heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen de verzochte adoptie.
3.3
Op grond van het bepaalde in artikel 1:230, tweede lid, eerste volzin, BW werkt de adoptie terug tot het tijdstip van de geboorte van [de minderjarige 1] , te weten [geboortedatum] , nu [de minderjarige 1] is geboren binnen de relatie van verzoekster en de moeder en de adoptie voor de geboorte van [de minderjarige 1] is verzocht.
geslachtsnaam
3.4
Verzoekster en de moeder hebben reeds een kind tot wie zij in familierechtelijke betrekkingen staan, te weten [de minderjarige 2] , zodat [de minderjarige 1] het tweede kind is tot wie zij in familierechtelijke betrekking komen te staan. In verband hiermee is voor de naamskeuze artikel 1:5, achtste lid, BW van toepassing. Uit dit artikel blijkt dat de keuze die voor de naam van het eerste kind van dezelfde ouders is gedaan, beslissend is voor alle volgende kinderen. [de minderjarige 1] zal na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] behouden. Verzoekster en de moeder hebben een verklaring overgelegd, waarin zij te kennen geven dat de geslachtsnaam van [de minderjarige 1] zal luiden: [geslachtsnaam] . Gelet op het vorenstaande volgt de geslachtsnaam van [de minderjarige 1] uit de wet. Het hierboven onder b. weergegeven verzoek wordt dan ook bij gebrek aan belang afgewezen.
gezag
3.5
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 1:229, vierde lid, BW bepaalt: ‘De adoptiefouders die niet met elkaar zijn gehuwd of door een geregistreerd partnerschap zijn verbonden oefenen door adoptie het gezag over de geadopteerde gezamenlijk uit’. Het vorenstaande brengt mee dat verzoekster, op het moment waarop deze beschikking in kracht van gewijsde zal zijn gegaan en zij daarmee juridisch ouder van [de minderjarige 1] is geworden, van rechtswege met de moeder gezamenlijk belast zal zijn met het gezag over [de minderjarige 1] . Het hierboven onder c. weergegeven verzoek wordt dan ook bij gebrek aan belang afgewezen.
3.6
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder k van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijk geslacht:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
door verzoekster voornoemd met ingang van [geboortedatum] ;
4.2
draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ;
4.3
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
4.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2022.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.