De rechtbank Noord-Holland heeft op 27 september 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere feiten, waaronder diefstal met braak en opzetheling. De rechtbank verklaarde bewezen dat verdachte op 1 augustus 2021 samen met een ander een kluis met inhoud en geld heeft weggenomen uit een woning door braak. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte op 6 september 2021 een laptop in bezit had waarvan hij wist dat deze door misdrijf was verkregen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere ten laste gelegde feiten, waaronder meerdere diefstallen en heling van een horloge en laptop, omdat het bewijs onvoldoende was. De verdediging voerde onder meer aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was en stelde zich op het standpunt dat verdachte niet wist dat bepaalde goederen van misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank oordeelde dat de bewijsmiddelen, waaronder locatiegegevens en inbeslaggenomen goederen, voldoende waren om de bewezenverklaringen te onderbouwen. De verklaring van verdachte over de herkomst van de horloge en de omstandigheden rondom de auto waarin de kluis werd gevonden, werden niet aannemelijk geacht.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van acht maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De straf werd gematigd ten opzichte van de eis van veertien maanden, mede gelet op de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte. Daarnaast werden beslissingen genomen over de teruggave en bewaring van in beslag genomen goederen en werd een schadevordering van de benadeelde partij grotendeels afgewezen.