Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 60.944,60en dat aan [betrokkene] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van [betrokkene] en zijn raadsman
€ 30.005,81bedraagt.
€ 5.054,23bedraagt.
€ 791,29bedraagt.
€ 63,18bedraagt.
€ 35.914,51.
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 35.114,51.
€ 35.114,51.
7.Toepasselijke wettelijke bepalingen
8.Beslissing
€ 35.114,51(vijfendertigduizend honderdveertien euro en eenenvijftig eurocent).
€ 35.114,51(vijfendertigduizend honderdveertien euro en eenenvijftig eurocent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
702 dagen.