ECLI:NL:RBNHO:2022:8824
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handelsvergunningen combinatiegeneesmiddelen wegens strijd met Geneesmiddelenrichtlijn
De zaak betreft het geschil over handelsvergunningen voor combinatiegeneesmiddelen die dezelfde werkzame stoffen ezetimibe en atorvastatine bevatten als het geneesmiddel Atozet, waarvoor reeds een vergunning was verleend. Derde-partijen ontvingen vergunningen op grond van artikel 10 ter Pro van de Geneesmiddelenrichtlijn, maar eiseres betoogde dat deze procedure niet gevolgd had mogen worden omdat de stoffen al eerder met therapeutisch oogmerk waren samengevoegd.
De rechtbank oordeelde dat de handelsvergunningen van derde-partijen niet op grond van artikel 10 ter Pro van de Geneesmiddelenrichtlijn en artikel 42, negende lid van de Geneesmiddelenwet verleend hadden mogen worden. Hoewel er binnen de lidstaten en de Europese Commissie een praktijk bestaat om deze aanvraagroute proceseconomisch toe te staan voor een tweede firma, biedt de richtlijn hier geen ruimte voor.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en de primaire besluiten, verklaarde het bezwaar van eiseres gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde besluiten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van de Geneesmiddelenrichtlijn en de daarop gebaseerde nationale wetgeving bij het verlenen van handelsvergunningen voor geneesmiddelen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de handelsvergunningen van derde-partijen en verklaart het bezwaar van eiseres gegrond.