De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, die sinds 2020 onder toezicht staan vanwege bedreigingen in hun ontwikkeling door huiselijk geweld en spanningen.
De GI vroeg om verlenging van een jaar, maar erkende dat door langdurige afwezigheid sinds januari 2022 geen zicht was op de kinderen en voortgang van hulpverlening. De moeder en stiefvader zetten zich zelfstandig in voor hulpverlening en betwijfelen het nut van een verlenging onder toezicht.
De vader steunt het verzoek, maar weigert toestemming voor medicatie van een van de kinderen, wat behandeling belemmert. De kinderrechter oordeelt dat de GI niet adequaat heeft gefunctioneerd als regievoerder, maar dat een korte verlenging van drie maanden passend is om de ondertoezichtstelling af te ronden en een warme overdracht naar vrijwillige hulpverlening te waarborgen.
De kinderrechter wijst het verzoek tot verlenging voor een jaar af en bepaalt dat de ondertoezichtstelling tot uiterlijk 10 november 2022 wordt verlengd, met het oog op het herstellen van contact en het regelen van noodzakelijke behandelingen.