Eiseres exploiteert een veehouderij en werd door de Minister van Landbouw beboet wegens overtredingen van de Meststoffenwet in 2017, waaronder overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen en administratieve fouten bij registratie en vervoersbewijzen. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen deze boetes.
De rechtbank oordeelde dat de lagere gebruiksnorm van 170 kg stikstof per hectare terecht werd gehanteerd, omdat in 2017 nog geen derogatievergunning bestond die de hogere norm van 250 kg rechtvaardigde. Ook werd de berekening van mestvoorraden en oppervlakte landbouwgrond door verweerder juist bevonden. De boete wegens overschrijding van de gebruiksnorm werd daarom bevestigd.
Voor de administratieve boetes oordeelde de rechtbank dat de boete voor het niet naar waarheid aanmelden van een bedrijf onterecht was, omdat het bedrijf eerst zelfstandig bestond en later in eiseres werd opgenomen. De boete voor het niet naar waarheid opmaken van vervoersbewijzen werd wel bevestigd, omdat eiseres verantwoordelijk is voor correcte invulling, ook als de vervoerder fouten maakte.
Vanwege overschrijding van de redelijke termijn matigde de rechtbank het totale boetebedrag met 15% tot €43.751,20. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit.