ECLI:NL:RBNHO:2022:9264
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verhuisvergoeding wegens ontbreken spoedeisend belang en ontbonden huurovereenkomst
Eiser huurt sinds 2017 een woning van Ymere. In 2017 is de huurovereenkomst ontbonden wegens huurachterstand, maar de tenuitvoerlegging werd opgeschort vanwege een schuldsaneringsregeling die in 2022 eindigde. Eiser klaagde over lekkages en schimmel in de woning, waarvoor herstelwerkzaamheden gepland staan. Eiser vordert een verhuisvergoeding omdat hij vanwege de renovatie moet verhuizen en de kosten niet kan dragen.
Ymere betwist de vordering en stelt dat de huurovereenkomst is geëindigd en dat er geen sprake is van renovatie maar herstelwerkzaamheden. Ook wordt het spoedeisend belang betwist omdat eiser al vier maanden niet meer in de woning woont en familie hem kan helpen met verhuizen.
De kantonrechter oordeelt dat eiser geen spoedeisend belang heeft omdat hij zelf aangeeft dat hij niet meer in de woning woont en familie hem kan helpen. Daarnaast is het onzeker of er nog een huurovereenkomst bestaat, waardoor het onwaarschijnlijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een verhuisvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en ontbonden huurovereenkomst.