ECLI:NL:RBNHO:2022:942

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 januari 2022
Publicatiedatum
7 februari 2022
Zaaknummer
9360988 CV EXPL 21-5055
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:82 BWArt. 6:228 BWArt. 3:44 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens internetdienstovereenkomst zonder gegronde vernietigingsgrond

MKB ClickService en gedaagde sloten een overeenkomst voor internetprestaties met een looptijd van 24 maanden. Gedaagde stelde de overeenkomst te hebben vernietigd wegens dwaling en bedrog, verwijzend naar negatieve publicaties en vermeende niet-nakoming door MKB ClickService.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende onderbouwde dat sprake was van dwaling of bedrog. Er was geen bewijs dat MKB ClickService verkeerde informatie had verstrekt of relevante feiten had achtergehouden. Ook het late aanvoeren van een stelling over het niet gebonden zijn aan de overeenkomst werd ongeloofwaardig bevonden.

Verder stelde de kantonrechter dat zelfs indien MKB ClickService nog geen werkzaamheden had verricht, dit geen reden was om niet te betalen, aangezien gedaagde MKB ClickService niet de gelegenheid had gegeven om alsnog te presteren. De vordering tot betaling van € 6.042,87 plus rente en proceskosten werd toegewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 6.042,87 plus rente en proceskosten wegens niet-nakoming van de internetdienstovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9360988 \ CV EXPL 21-5055
Uitspraakdatum: 19 januari 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Proximedia Nederland B.V. h.o.d.n. BeUp en MKB ClickService
gevestigd te Utrecht
eiseres
verder te noemen: MKB ClickService
gemachtigde: mr. R. Erkelens (Nouta Westland Gerechtsdeurwaarderskantoor)
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: A. de Raat

1.Het procesverloop

1.1.
MKB ClickService heeft bij dagvaarding van 19 juli 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
MKB ClickService heeft hierop schriftelijk gereageerd (repliek), waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven (dupliek).

2.Samenvatting van de zaak en de uitspraak

Deze zaak gaat over een overeenkomst voor de levering van internetprestaties. MKB ClickService zou een aantal internetprestaties leveren waarvoor [gedaagde] maandelijks moest betalen. De overeenkomst is op 28 mei 2020 aangegaan voor 24 maanden. Op 20 augustus 2020 heeft [gedaagde] de overeenkomst vernietigd op grond van dwaling en/of bedrog. De kantonrechter oordeelt dat van dwaling of bedrog geen sprake is. [gedaagde] zal de vordering moeten betalen. Ook als MKB ClickService nog niets had gedaan is dat gelet op de afspraken voor [gedaagde] geen geldige reden om niet te betalen.

3.Het geschil

3.1.
MKB ClickService vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 6.042,87 met daarbij nog de wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.

4.De beoordeling

4.1.
MKB ClickService en [gedaagde] zijn overeengekomen dat MKB ClickService internetdiensten zou verrichten voor [gedaagde] , waarvoor [gedaagde] een maandelijks bedrag zou betalen. Deze internetdiensten bestonden uit de ontwikkeling van 5 landingspagina’s, uit ‘call tracking’ met een speciaal traceerbaar telefoonnummer en uit de aanmaak, beheer en opvolging van een ‘Search Engine Advertising’-campagne. Vanaf 30 juni 2020 heeft [gedaagde] de facturen van MKB ClickService voor een totaal bedrag van € 1.863,40 niet betaald.
4.2.
[gedaagde] vindt dat hij niet hoeft te betalen. Als reden geeft hij aan dat hij de overeenkomst op 20 augustus 2020 heeft vernietigd wegens dwaling en/of bedrog. Hij heeft dit gedaan omdat uit verschillende publicaties op internet en uit rechterlijke uitspraken bleek dat het bedrijf van MKB ClickService niet deugde. Ook heeft MKB ClickService volgens [gedaagde] niets gedaan van wat werd beloofd.
4.3.
Het beroep van [gedaagde] op dwaling en/of bedrog slaagt niet. [gedaagde] stelt niet voldoende onderbouwd dat MKB ClickService hem verkeerd heeft ingelicht, of informatie heeft achtergehouden waarvan zij wist dat deze voor [gedaagde] van belang was. Voor dwaling moet dat op grond van de wet wel (artikel 6:228 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). Dat [gedaagde] niet bekend was met de negatieve publicaties over MKB ClickService op internet en niet wist dat MKB ClickService enkele rechtszaken heeft verloren, maakt niet dat hij heeft gedwaald op een manier die in het recht kan leiden tot vernietiging van de overeenkomst.
Om de overeenkomst te kunnen vernietigen op grond van bedrog, moet MKB ClickService [gedaagde] door bedrog tot het aangaan van de overeenkomst hebben gebracht. Omdat [gedaagde] niet aangeeft op welke wijze MKB ClickService hem heeft bedrogen, kan de kantonrechter niet toetsen of er sprake is van bedrog zoals de wet dat bedoelt (3:44 BW). Dat MKB ClickService niet tegen [gedaagde] heeft gezegd dat er op internet negatieve publicaties zijn te vinden over MKB ClickService, of dat MKB ClickService enkele rechtszaken heeft verloren betekent nog niet dat MKB ClickService door bedrog de overeenkomst met [gedaagde] heeft gesloten.
4.4.
Het betoog van [gedaagde] dat de vertegenwoordiger tegen hem gezegd zou hebben dat hij nergens aan vast zat, is gelet op de stukken in het dossier ongeloofwaardig. [gedaagde] brengt dit pas op het allerlaatste moment in de procedure (bij dupliek) naar voren. Als [gedaagde] bij het tekenen van de overeenkomst meende dat hij nergens aan vast zat, zou het logisch zijn geweest als hij dat na ontvangst van de eerste factuur direct aan MKB ClickService had laten weten. In de berichten van [gedaagde] aan MKB ClickService en aan de gemachtigde van MKB ClickService staat nergens dat [gedaagde] dacht dat hij nergens aan vast zat.
4.5.
[gedaagde] heeft ook gesteld dat MKB ClickService nog niets heeft gedaan. Ook als dat waar is, betekent dit niet dat [gedaagde] de vordering van MKB ClickService niet hoeft te betalen. De wet schrijft voor dat [gedaagde] MKB ClickService eerst nog de gelegenheid moet geven om de werkzaamheden die zij op grond van de overeenkomst zou moeten doen, alsnog binnen een bepaalde termijn te doen of te verbeteren (artikel 6:74 en Pro 6:82 BW). Uit niets in het dossier blijkt dat [gedaagde] aan MKB ClickService heeft gevraagd om de werkzaamheden uit te voeren of om eventueel uitgevoerde werkzaamheden nog te verbeteren. Van belang is hierbij dat in de overeenkomst staat dat [gedaagde] maandelijks een bedrag moet betalen en niet dat hij pas hoeft te betalen als er bepaalde werkzaamheden door MKB ClickService zijn gedaan. Overigens staat vast dat MKB ClickService na het sluiten van de overeenkomst op 28 mei 2020 een welkomstbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd en op 10 juni 2020 een telefonisch interview met [gedaagde] heeft gehad. Hieruit leidt de kantonrechter af dat MKB ClickService in ieder geval wel met de werkzaamheden is begonnen.
4.6.
[gedaagde] heeft ook nog gesteld dat hij zich gedwongen voelde om te tekenen. Omdat [gedaagde] niet heeft aangegeven waar de dwang feitelijk uit bestond heeft hij zijn stelling niet voldoende onderbouwd.
4.7.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van MKB ClickService zal toewijzen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan MKB ClickService van € 6.042,87, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.093,40 vanaf 30 juni 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van MKB ClickService tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 110,64
griffierecht € 507.00
salaris gemachtigde € 498,00 ;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter