Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de brief van de zijde van [gedaagde] van 16 september 2022, waarmee de producties 7 en 8 in het geding zijn gebracht,
- de mondelinge behandeling op 22 september 2022,
- de pleitaantekeningen van [eiser],
- de pleitaantekeningen van [gedaagde].
2.De feiten
3.De vorderingen in conventie
4.De vorderingen in reconventie
5.De beoordeling in conventie en reconventie
onmiddellijkeverdeling geen sprake is. De onverdeeldheid bestaat immers vanaf het moment van het uiteengaan van partijen, inmiddels al zes jaren geleden. Onder deze omstandigheden kunnen enkel zeer zwaarwegende omstandigheden leiden tot de conclusie dat de verdeling op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro nog langer dient te worden uitgesteld.
6.De beoordeling in voorwaardelijke reconventie en voorwaardelijke conventie
7.De beslissing
Bastiaan Makelaardij te Purmerend, en veroordeelt [gedaagde] daartoe de verkoopopdracht te ondertekenen en zich te houden aan de aanwijzingen van de makelaar teneinde tot een ordelijke verkoop te komen en een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst te kunnen realiseren,