Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
in één of meer (delen van) geautomatiseerde werk(en),
namelijk in één of meer (delen van) server(s) van de politie en/of (politie)systemen, waarop/waarin Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en/of Basis Voorziening Handhaving (BVH) en/of Meer Effectief op Straat (MEOS) en/of Bluespot (Monitor) en/of een of meer andere (daaraan gekoppelde) (politie)systemen, wordt/worden gehost althans bereikbaar is/zijn
is binnengedrongen
met behulp van een of meer valse sleutel(s) en/of signalen en/of door het aannemen van een of meer valse hoedanigheden,
te weten door (telkens) onbevoegd gebruik te maken van een gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of door zich met een gebruikersnaam en/of wachtwoord voor een of meer (hierboven genoemde) applicaties en/of registers en/of systemen toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie, waarop informatie was geplaatst met een ander doel dan waarvoor hem, verdachte, die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stond(en) en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan,
namelijk door (telkens) (vertrouwelijke) en/of (gevoelige) (politie)informatie (omtrent een of meer perso(o)n(en) en/of autokenteken(s) en/of adres(sen) en/of telefoonnummer(s) en/of opsporingsonderzoek(en) en/of (mogelijke) (drugs)(vervaardigings/gerelateerde) locatie(s) en/of witwassen en/of vals geld)
en/of (te weten onder meer) (politie)registratie(s)) en/of (politie)mutatie(s)) (in die politie applicaties en/of registers en/of systemen) te bevragen en/of te raadplegen
en/of (vervolgens) (al dan niet) een of meer gegeven(s) die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of werden overgedragen door middel van (delen van) die/dat geautomatiseerde werk(en) waarin hij, verdachte, zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en/of (een) ander(en) heeft overgenomen en/of opgenomen en/of afgetapt,
(onder meer)
waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn (toenmalig) ambt en/of beroep, te weten van politieambtenaar (hoofdagent) bij de eenheid Noord-Holland,
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
“Het bevragen van een persoon zonder gegronde reden en/of noodzaak voor uw taak is niet toegestaan. (..) Informatie mag alleen opgevraagd en gebruikt worden in directe relatie tot uw werkzaamheden voor het korps. Alle handelingen via geautomatiseerde systemen worden geregistreerd en bewaard.”Bij het inloggen via de diensttelefoon in het programma MEOS werd een dergelijke melding niet getoond.
In het licht van het voorgaande zal de rechtbank in de onderhavige zaak moeten beoordelen of bepaalde bevragingen al dan niet onder de strafbaarstelling van computervredebreuk vallen. Daartoe moet de rechtbank bezien of de bevragingen binnen of buiten de grenzen van de verkregen autorisatie vallen. De rechtbank zal zich tot die vraag beperken. Het is niet aan de rechtbank om een oordeel te geven over de wijze waarop een individuele politieambtenaar binnen deze wettelijke grenzen met diens bevoegdheden omgaat. Of bepaalde handelswijzen al dan niet
handigof
gewenstzijn, zijn immers kwesties van intern beleid.
Van omstandigheden die maken dat er vraagtekens kunnen worden gezet bij het doel van de bevragingen, is de rechtbank niet gebleken. De door de officier van justitie genoemde opvallendheden, zoals het feit dat bevragingen niet in het politiesysteem zijn geregistreerd, dan wel zijn gedaan buiten diensttijd of vlak na een incident, zijn in het licht van de uitleg die de verdachte aan de bevragingen heeft gegeven, niet als dergelijke omstandigheden aan te merken.
(zaakdossier 1, onder i), waarin de kentekens van [naam 4] en een bekende van diens partner zijn vermeld. Verder heeft de verdachte in zijn algemeenheid verklaard dat hij kentekens bevroeg op het moment dat hij meende dat er iets niet klopte of als er opvallendheden waren. Gelet op deze verklaring, mede bezien tegen de achtergrond dat het noteren en bevragen van kentekens ‘
core business’is voor een politieambtenaar in de uitoefening van zijn dagelijkse politietaak, is voldoende aannemelijk dat de bevragingen van kentekens niet voor louter privé doeleinden of uit (eigen) nieuwsgierigheid zijn gedaan.
andersdan voor werk gerelateerde doeleinden.
telkens opzettelijk en wederrechtelijk
in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken,
namelijk in één of meer (delen van) servers van de politie, waarop/waarin Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB), Basis Voorziening Handhaving (BVH), Meer Effectief op Straat (MEOS), Bluespot (Monitor) en andere (daaraan gekoppelde) (politie)systemen bereikbaar zijn,
is binnengedrongen
met behulp van een valse sleutel,
te weten door telkens onbevoegd gebruik te maken van een gebruikersnaam en wachtwoord en door zich met een gebruikersnaam en wachtwoord voor hierboven genoemde applicaties toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie, waarop informatie was geplaatst met een ander doel dan waarvoor hem, verdachte, die gebruikersnaam en dat wachtwoord ter beschikking stonden en waarvoor hem die toegang was toegestaan, en vervolgens gegevens die waren opgeslagen, verwerkt en werden overgedragen door middel van (delen van) die/dat geautomatiseerde werk(en) waarin hij, verdachte, zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf heeft overgenomen,
heeft geschonden,
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
aantoonbaarinformatie heeft bevraagd. De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de officier van justitie de feiten veel zwaarder waardeert, namelijk in de sleutel van een corrupte ambtenaar, terwijl daarvoor gedurende het uitvoerige onderzoek geen bewijs is gevonden en dit ook niet aan de verdachte is ten laste gelegd. Daarmee heeft de officier van justitie een onterecht – want niet vastgesteld – beeld van de verdachte geschetst als ‘platte pet’ (corrupte agent). Dit acht de rechtbank schadelijk en om die reden kwalijk.
‘on hold’heeft gestaan.
‘het niet onaannemelijk [lijkt] dat verdachte gedurende het transport zich een toekomstbeeld gaat realiseren dat zijn gedrag doet omslaan naar boosheid en mogelijk verzet.’Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit telefonisch contact met de betrokken verbalisant blijkt dat uit het door de verdachte uitzetten van zijn privé telefoon een niet meewerkende houding werd opgemaakt met het aanleggen van transportboeien tot gevolg. Daargelaten dat de redenen die tot het gebruik van de handboeien hebben geleid schriftelijk moeten worden vastgelegd (zie artikel 23 van Pro de Ambtsinstructie), is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat sprake was van feiten en omstandigheden waaruit gevaar als bedoeld in de Ambtsinstructie kon worden afgeleid. Het aldus in strijd met artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie aanleggen van transportboeien bij de verdachte, acht de rechtbank een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Rekening houdende met het belang dat het geschonden voorschrift dient (het voorkomen van onnodige vrijheidsbeperking) en de tamelijk grote ernst van het verzuim, mede gelet op het nadeel dat daardoor is veroorzaakt (pijn en ongemak van de transportboeien alsmede het stigmatiserende effect van het op de openbare weg geboeid worden afgevoerd door zijn collega’s), zal de rechtbank in strafmatigende zin rekening houden met dit vormverzuim.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
54 (vierenvijftig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis.