Eiser, arbeidsongeschikt verklaard door het UWV, vroeg smartengeld aan bij verweerder, de korpschef van politie. Verweerder vroeg een advies aan verzekeringsarts Duquesnoy over het aandeel van PTSS in de arbeidsongeschiktheid. Na ontvangst van het advies besloot verweerder niet tijdig op de aanvraag, waarna eiser verweerder in gebreke stelde.
De rechtbank oordeelt dat het advies van Duquesnoy voldoende duidelijkheid bood over de psychische aard van de arbeidsongeschiktheid en dat verweerder geen reden had om een nadere rapportage op te vragen. Verweerder had uiterlijk 7 mei 2020 moeten beslissen, maar deed dit pas op 30 juni 2020.
Hierdoor verbeurt verweerder een dwangsom vanaf twee weken na de ingebrekestelling op 29 mei 2020, te weten van 10 juni tot 30 juni 2020. De rechtbank stelt de dwangsom vast op €567,- en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser van €2.059,- en in de vergoeding van het griffierecht van €181,-. Het bestreden besluit wordt vernietigd en de uitspraak treedt in de plaats daarvan.