Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
honderdtwintig urentaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door zestig dagen jeugddetentie, met bevel dat een gedeelte groot
veertig uren, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door twintig dagen jeugddetentie,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
[benadeelde partij]geleden schade tot een bedrag van
€ 250,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt veroordeelde tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde partij] van 3 november 2021 (dossierpagina’s 17-18);
- de bekennende verklaring die verdachte op de terechtzitting van 13 oktober 2022 heeft afgelegd;
- het proces-verbaal forensisch onderzoek woning van 12 november 2021 (dossierpagina’s 19 t/m 23).