ECLI:NL:RBNHO:2022:9638
Rechtbank Noord-Holland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning rechter wegens eerdere betrokkenheid bij medeverdachten
De rechter van de rechtbank Noord-Holland heeft op 3 oktober 2022 schriftelijk verzocht zich te mogen verschonen in strafzaken tegen twee medeverdachten. Dit verzoek volgde op zijn eerdere betrokkenheid bij een zaak tegen een derde medeverdachte, waarbij hij op 9 juni 2022 een vonnis had gewezen met specifieke overwegingen over de schuld en bewijsvraag.
De verschoningskamer overwoog dat het enkel eerder oordelen over een medeverdachte niet automatisch een grond voor verschoning vormt. Echter, wanneer de rechter zich al zodanig specifiek heeft uitgelaten over de schuld en bewijsvraag van de medeverdachten, kan dit leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid.
In het vonnis van 9 juni 2022 werd uitvoerig ingegaan op het vooropgezette plan en de gezamenlijke schuld van de medeverdachten, wat de kamer voldoende achtte om het verzoek tot verschoning toe te wijzen. De hoofdzaak zal daarom door een andere rechter worden behandeld. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege objectief gerechtvaardigde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid.