Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
3.Bewijs
het knijpen in, het betasten en het aanraken van de bil” van aangeefsters.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 27 oktober 2022 afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 1] op 7 januari 2021 (dossierpagina’s 34 tot en met 39).
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 27 oktober 2022 afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2] op 8 januari 2021 (dossierpagina’s 45 tot en met 46).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Oplegging van straf en/of maatregel
Gelet op het hulpverleningstraject dat de verdachte op vrijwillige basis is aangegaan, kan de Raad zich voorstellen dat een verdere strafrechtelijke afdoening, pedagogisch gezien, geen meerwaarde heeft. De onderhavige feiten zijn ruim anderhalf jaar geleden voorgevallen. Daarnaast zijn de gevolgen bij een eventuele veroordeling voor de verdachte ingrijpend, aangezien een veroordeling voor een zedendelict langdurig van invloed kan zijn op zijn toekomst. Indien de rechtbank van oordeel is dat de verdachte veroordeeld dient te worden voor de hem tenlastegelegde feiten, acht de Raad een taakstraf in de vorm van een Tools4U het meest passend. Binnen Tools4U kunnen de aangeleerde vaardigheden van de verdachte verder worden geborgd en uitgewerkt.
7.Beslissing
geen straf of maatregelwordt opgelegd.