Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:9906

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
10063823 CV EXPL 22-4974
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 sub a Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 8 lid 1 Verordening (EG) nr. 261/2004Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder moet passagiers rechtstreeks compenseren voor geannuleerde vlucht

In deze civiele procedure vorderen passagiers restitutie van de kosten van geannuleerde vliegtickets van de vervoerder SAS. De vlucht SK546 werd door de vervoerder geannuleerd, waardoor de passagiers op grond van de Europese Verordening 261/2004 recht hebben op vergoeding van de volledige ticketkosten.

De vervoerder stelde dat het bedrag reeds via een reisbemiddelaar was terugbetaald, maar dit kon niet worden aangetoond. De rechtbank oordeelde dat de vervoerder de passagiers in beginsel rechtstreeks moet compenseren en dat de vordering tot betaling van het ticketbedrag toewijsbaar is.

De passagiers vorderden ook buitengerechtelijke incassokosten, maar de rechtbank wees deze af omdat onvoldoende was onderbouwd dat de werkzaamheden meer omvatten dan standaard aanmaningen. De proceskosten werden grotendeels aan de vervoerder opgelegd, met uitzondering van dagvaardingskosten die reeds in een andere procedure waren toegewezen.

De rechtbank veroordeelde de vervoerder tot betaling van €344,44 plus wettelijke rente, proceskosten en nakosten, en wees het meer of anders gevorderde af.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €344,44 plus wettelijke rente en proceskosten aan de passagiers.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10063823 CV EXPL 22-4974
Uitspraakdatum: 9 november 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1]

2.
[eiser 2]beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen de passagiers
gemachtigden mr. R. Bos en R. Kuilman (Aviclaim)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Consortium Scandinavian Airlines System (SAS)
gevestigd te Stockholm (Zweden), mede kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen de vervoerder
gemachtigden mr. A. Muhammad en mr. A.C. Fresacher (Pels Rijcken)

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Op 21 september 2022 is in deze zaak – toen nog onder zaaknummer 9606740 CV EXPL 21-8742 – een tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis). Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar wat daarover in het tussenvonnis is overwogen. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De passagiers hebben tijdens de mondelinge behandeling van 24 augustus 2022 hun vordering verminderd tot € 344,44.
2.2.
Tussen partijen staat vast dat vlucht SK546, die een waarde van € 344,44 vertegenwoordigt (hierna: de vlucht), door de vervoerder is geannuleerd. In geval van annulering door de vervoerder hebben passagiers op grond van artikel 5 lid 1 sub a juncto Pro 8 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) (onder meer) recht op vergoeding van de volledige kosten van het ticket.
2.3.
De vervoerder heeft aangevoerd dat hij genoemd bedrag al via Supersaver Travel B.V. heeft terugbetaald aan de passagiers en verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar productie 2 bij de conclusie van antwoord.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat gelet op de inhoud en strekking van de Verordening, de vervoerder de passagiers in beginsel rechtstreeks dient te compenseren. Dat er in deze kwestie op voornoemde regel een uitzondering zou bestaan, omdat tussen passagiers en reisbemiddelaar en/of maatschappij en reisbemiddelaar andere afspraken zijn gemaakt, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gebleken. Evenmin is gebleken dat de vervoerder de tickets (inmiddels) wel aan de passagiers heeft terugbetaald noch dat Supersaver Travel B.V. het bedrag aan de passagiers heeft doorbetaald. Dit brengt met zich dat de vervoerder alsnog gehouden is om het ticket aan de passagiers terug te betalen. De vordering van de passagiers ligt derhalve voor toewijzing gereed.
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
2.6.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze (grotendeels) ongelijk krijgt, met dien verstande dat de vervoerder in onderhavige zaak niet gehouden is om de dagvaardingskosten te voldoen. De passagiers hebben samen met [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] één dagvaarding uitgebracht en de vervoerder is reeds in de zaak 9606740 CV EXPL 21-8742 veroordeeld om deze kosten te voldoen. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
2.8.
Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 344,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
3.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 0,00;
griffierecht € 86,00;
salaris gemachtigde € 225,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
3.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 37,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter