Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:994

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 januari 2022
Publicatiedatum
9 februari 2022
Zaaknummer
C/15/21/165F
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 FwArt. 6 lid 3 FwArt. 8 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen faillissementsvonnis Nederlandse Olie en Vetten B.V. ongegrond verklaard

Nederlandse Olie en Vetten B.V. (Nove) stelde verzet in tegen het faillissementsvonnis van 30 november 2021, waarbij zij in staat van faillissement werd verklaard op verzoek van Newport Europe B.V. Nove voerde aan dat Newport geen vordering op haar had, waardoor het faillissement onterecht zou zijn.

De rechtbank oordeelde dat Nove tijdig verzet had ingesteld en dat voor faillietverklaring vereist is dat summierlijk blijkt dat de schuldenaar is opgehouden met betalen en dat er meerdere schuldeisers zijn. Daarnaast moet bij een faillissementsverzoek door een schuldeiser summierlijk het vorderingsrecht blijken.

Nove bracht als bewijs een vonnis en een arrest in kort geding waarin de vordering van Newport op Nove was toegewezen en bekrachtigd. De rechtbank achtte deze stukken voldoende om summierlijk het vorderingsrecht aan te nemen. De door Nove aangevoerde argumenten waren onvoldoende om te concluderen dat het arrest een kennelijke misslag bevatte.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde het faillissementsvonnis. Het vonnis werd uitgesproken door mr. W.S.J. Thijs op 26 januari 2022.

Uitkomst: Het verzet van Nederlandse Olie en Vetten B.V. tegen het faillissementsvonnis wordt ongegrond verklaard en het faillissement blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
insolventienummer: C/15/21/165F
rekestnummer: C/15/323248 / FT RK 21/863
uitspraakdatum: 26 januari 2022
Op 14 december 2021 is ingekomen een verzetschrift strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 30 november 2021, waarbij in staat van faillissement is verklaard:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Nederlandse Olie en Vetten B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel 67034101,
statutair gevestigd te Haarlemmermeer,
vestigingsadres: 1119 PW Schiphol-Rijk, Beechavenue 54,
handelend onder de naam nove,
hierna te noemen: Nove,
advocaat: mr. H.F.C. [betrokkene 1] , te Amsterdam,
op verzoek van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEWPORT EUROPE B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Moerdijk,
hierna te noemen: Newport,
advocaat mr. [betrokkene 3] , te Amsterdam,
met benoeming van mr. [curator] te Hoofddorptot curator.

1.De procedure

1.1.
Nove heeft bij verzetschrift d.d. 14 december 2021, met 9 bijlagen, verzet ingesteld tegen het vonnis van deze rechtbank van 30 november 2021, waarbij Nove in staat van faillissement is verklaard, en verzocht meergenoemd vonnis te vernietigen, kosten rechtens.
1.2.
Bij schrijven d.d. 20 januari 2022, ingekomen bij de rechtbank op 21 januari 2022, heeft Nove de bijlagen 10, 11 en 12 in het geding gebracht.
1.3.
De behandeling van het verzet heeft plaatsgevonden op 25 januari 2022. Mr. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , bestuurder van Nove, hebben op voormelde zitting aan de hand van het verzetschrift en de overgelegde bijlagen gepersisteerd bij het verzoek tot vernietiging van het vonnis van 30 november 2021. Vervolgens heeft mr. [betrokkene 3] zijn op schrift gestelde notitie behandeling verzet faillissementsaanvraag voorgedragen en aangevoerd dat het faillissement terecht is uitgesproken.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank constateert dat Nove, gelet op artikel 8 lid 2 van Pro de Faillissementswet (Fw), tijdig in verzet is gekomen.
2.2.
Nove stelt dat Newport geen vordering op haar heeft, waardoor niet kan worden gesteld dat sprake is van een summierlijk gebleken vorderingsrecht van Newport als aanvrager van het faillissement.
2.3.
Voor een faillietverklaring is vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Dit volgt uit de artikelen 1 en 6 lid 3 van de Faillissementswet. Om deze toestand te kunnen aannemen, moet volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden: 1) er moet sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteit) en 2) de schuldenaar betaalt niet meer. Indien zoals hier, het verzoek tot faillietverklaring door een schuldeiser is gedaan, is daarnaast nog vereist dat summierlijk van dat vorderingsrecht is gebleken. ‘Summierlijk blijken’ betekent dat de vordering na een kort en eenvoudig onderzoek moet blijken. Voor een uitgebreid onderzoek is in een faillissementsprocedure geen plaats.
2.4.
Nove heeft als bijlage 3 het vonnis in kort geding van deze rechtbank van 19 februari 2020 in het geding gebracht, waarbij de vordering van Newport op Nove is toegewezen. Daarnaast heeft Nove als bijlage 4 in het geding gebracht het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in kort geding van 13 juli 2021, waarbij voormeld vonnis van deze rechtbank is bekrachtigd.
2.5
De rechtbank is van oordeel dat op grond van voormeld arrest voldoende summierlijk van de vordering van Newport op Nove is gebleken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat Newport onweersproken heeft aangevoerd dat alle argumenten van Nove in deze verzetsprocedure ook in de procedure bij het Gerechtshof aan de orde zijn geweest. Onder die omstandigheden zou de vordering alleen dan niet voldoende summierlijk uit het arrest kunnen blijken als evident sprake is van een kennelijke misslag in de beslissing van het Gerechtshof te Amsterdam. Hetgeen Nove heeft aangevoerd is onvoldoende om tot dat oordeel te komen.
2.6
Het verzet zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart het verzet ongegrond;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2022.