Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van [eiser] ,
- de spreekaantekeningen van [gedaagden] .
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurders over de staat van de tuin en woning. De verhuurder vordert in kort geding dat de huurders worden verplicht de coniferen en taxusbomen in de tuin te snoeien of te verwijderen en dat zij medewerking verlenen aan een inspectie van de woning.
De rechtbank stelt vast dat de bomen weliswaar overlast veroorzaken door het verlies van naalden en het wegnemen van zonlicht, maar dat er geen sprake is van een direct gevaar of zodanige ernstige overlast die onrechtmatig is. Er zijn geen duidelijke afspraken over verwijdering en het spoedeisend belang ontbreekt. Ook de vordering tot woninginspectie wordt afgewezen omdat er geen specifiek doel is dat een spoedeisend belang rechtvaardigt.
De rechtbank overweegt dat de huurders bereid zijn medewerking te verlenen aan onderhoudswerkzaamheden, maar dat de verhuurder onvoldoende heeft onderbouwd waarom een voorlopige voorziening noodzakelijk is. De vorderingen worden afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot snoeien of verwijderen van bomen en woninginspectie wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.