Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 881.813,16en dat aan [de veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van [de veroordeelde] en zijn raadsvrouw
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 50.000,-.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 50.000,-(vijftigduizend euro) ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.