ECLI:NL:RBNHO:2023:10359
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak ladingdiefstal bij vrachtafhandelingsbedrijf Schiphol
De verdachte werd beschuldigd van diefstal van veertig pallets met telefoons, drones en tuinverlichting bij een vrachtafhandelingsbedrijf te Schiphol in de nacht van 4 op 5 juni 2019. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 39 maanden wegens medeplegen van diefstal. De verdachte werkte als loodsmedewerker en voerde opdrachten uit van zijn teamleider, waarbij hij pallets verplaatste en deels stopte met scannen.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat hij wist van de diefstal of dat hij opzettelijk handelde. De verklaringen en het dossier toonden aan dat de werkprocessen niet altijd strikt werden gevolgd en dat het verplaatsen van pallets en het stoppen met scannen niet ongebruikelijk was. Er was geen bewijs dat de medeverdachte de verdachte vooraf had geïnformeerd over de diefstal.
De rechtbank concludeerde dat het handelen van de verdachte niet buiten redelijke twijfel duidde op wetenschap of opzet omtrent de diefstal. Ook het tijdstip van de diefstal en het maken van foto's door de medeverdachte konden niet worden toegerekend aan de verdachte. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzet en wetenschap van diefstal.