ECLI:NL:RBNHO:2023:10383

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
10446450 \ WM VERZ 23-255
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens gevaarlijk parkeren gegrond verklaard

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij zijn voertuig zodanig op de weg zou hebben laten staan dat gevaar of hinder voor het verkeer werd veroorzaakt. Hij maakte bezwaar en stelde dat de locatie een doodlopend dijkje is waar bewoners regelmatig parkeren zonder gevaar of hinder te veroorzaken.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar bij de zitting stelde diens vertegenwoordiger dat het voordeel van de twijfel aan betrokkene moest worden gegeven omdat de gedraging onvoldoende vaststond. De kantonrechter volgde dit standpunt.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boetebeschikking en bepaalde dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan op 20 juni 2023 door mr. P.J. Jansen, kantonrechter te Zaanstad.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens gevaarlijk parkeren is gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10446450 \ WM VERZ 23-255
CJIB-nummer : 244600353
Uitspraakdatum : 20 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : R. Zwaan
adres : Egelantiersgracht 213 H
woonplaats : 1015 RJ Amsterdam (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : T. Zwaan, wonende te Westzaan.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene voert aan dat de Kanaaldijk een doodlopend dijkje is en dat de bewuste plek regelmatig door de bewoners wordt gebruikt als dat even nodig is. Betrokkene stelt ter zitting – kort weergegeven – dat hij geen hinder of gevaar heeft veroorzaakt.
2.4.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting – naar aanleiding van het mondelinge verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat de gedraging niet voldoende vaststaat en dat betrokkene het voordeel van de twijfel moet krijgen, zodat ten onrechte een boete is opgelegd.
2.5.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt
daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: