ECLI:NL:RBNHO:2023:10384

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
10461532 \ WM VERZ 23-285
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen boete voor parkeren in parkeerverbodszonde met onduidelijke bebording

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig in een gebied waar dit volgens een E1-bord niet was toegestaan. Betrokkene voerde aan dat het E1-bord ter plaatse alleen voor een andere straat gold en niet voor de locatie waar het voertuig stond geparkeerd. Tevens stelde betrokkene zich bewust te zijn van verkeersregels als rijinstructeur.

De verbalisant had aangegeven dat het voertuig ongeveer tien minuten onbeheerd stond zonder laden of lossen, en dat er geen geldige ontheffing was. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelde echter tijdens de zitting dat de situatie onduidelijk was en dat de boete ten onrechte was opgelegd.

De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat de boete niet gehandhaafd kon worden vanwege onvoldoende duidelijkheid over de bebording. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een parkeerverbodszonde wordt gegrond verklaard en de boetebeschikking vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10461532 \ WM VERZ 23-285
CJIB-nummer : 246242220
Uitspraakdatum : 20 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)).
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat er ter plaatse geen E1 bord staat. Betrokkene voert aan de hand van een aantal foto’s aan dat het aanwezige E1 bord op de kruising met de Koning Davidstraat alleen geldt voor de Koning Davidstraat en niet voor de Heijermansstraat. Tevens voert betrokkene aan dat zij zich als rijinstructeur juist zeer bewust is van de verkeersregels en de bebording.
2.3.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“…Bord E1 RVV 1990n is geplaatst aan de zijde van de weg alwaar het voertuig stond geparkeerd Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteiten met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen…“.
2.4.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting – naar aanleiding van het raadplegen van Googlemaps en het verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De toelichting van de verbalisant is niet duidelijk, zodat niet duidelijk is wat de situatie was. De boete is daarom ten onrechte opgelegd.
2.5.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: