Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:10393

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
10461555 \ WM VERZ 23-289
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens ontbreken keuringsbewijs voor taxi afgewezen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat voor zijn motorvoertuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder geen keuringsbewijs was afgegeven. Betrokkene voerde aan dat de eerste APK-vervaldatum op 26 augustus 2022 lag en dat het kenteken op 28 juli 2021 was omgezet naar een blauwe taxikentekenplaat, waardoor de keuring pas op 28 juli 2022 had moeten plaatsvinden. Tevens stelde betrokkene dat het voertuig ten onrechte al sinds 2019 als taxi geregistreerd stond bij de RDW.

De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat het voertuig al bij aankoop als taxi geregistreerd stond en de jaarlijkse keuringsplicht daardoor al van toepassing was. Het feit dat betrokkene niet op de hoogte was van deze registratie, kwam voor zijn eigen rekening en risico. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter P.J. Jansen, waarbij betrokkene niet aanwezig was tijdens de zitting. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending, mits de boete hoger is dan €110.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het ontbreken van een keuringsbewijs voor de taxi wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10461555 \ WM VERZ 23-289
CJIB-nummer : 243527222
Uitspraakdatum : 30 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor het motorvoertuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene stelt dat de vervaldatum voor de eerste APK 26 augustus 2022 was. Op 28 juli 2021 is het kenteken omgezet naar een blauwe taxikentekenplaat. Betrokkene stelt dat dat betekent dat de taxi op 28 juli 2022 gekeurd moet worden. Betrokkene stelt tevens dat hem inmiddels is gebleken dat het voertuig bij de RDW reeds per 2019 als taxi geregistreerd staat, maar dat dat dus niet juist is.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat de boete is opgelegd wegens het handelen in strijd met artikel 72 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De verplichting een voertuig periodiek te laten keuren is gekoppeld aan de registratie van het voertuig. De kentekenhouder of de eventuele bestuurder is hiervoor verantwoordelijk. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden blijkt dat het voertuig van betrokkene al bij de aankoop stond geregistreerd als taxi, zodat de jaarlijkse keuringsplicht al van toepassing was. Dat betrokkene niet wist dat het voertuig al als taxi stond geregistreerd, dient voor rekening en risico van betrokkene te blijven. De boete is dus terecht opgelegd.
2.5.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
2.6.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: