Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige gezamenlijk. Bij voorlopige voorzieningen was de zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige voornamelijk bij de man verbleef met beperkte contactmomenten bij de vrouw. De vrouw verzocht om wijziging van deze regeling, omdat de omstandigheden waren gewijzigd en de huidige regeling schadelijk leek voor de minderjarige.
De vrouw stelde dat de communicatie tussen de ouders moeizaam verliep, passende hulpverlening niet van de grond kwam en de school ernstige zorgen had over de minderjarige, die mogelijk in een loyaliteitsconflict verkeerde. De man voerde verweer en stelde dat de vrouw niet ontvankelijk was en dat de minderjarige niet toe was aan uitbreiding van de zorgregeling.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden die wijziging van de voorlopige voorziening rechtvaardigden. De huidige regeling leidde tot escalaties en was niet in het belang van de minderjarige. Partijen bereikten gedeeltelijk overeenstemming over de kerstvakantie, maar niet over de reguliere zorgregeling. De rechtbank volgde het voorstel van de vrouw voor een regeling met minder contactmomenten en betrokkenheid bij naschoolse activiteiten.
De nieuwe zorgregeling bepaalt dat de minderjarige de ene week van woensdag na school tot vrijdag na zwemles bij de vrouw verblijft en de andere week van vrijdag na zwemles tot maandag naar school ook bij de vrouw. De kerstvakantie wordt verdeeld conform het verzoek van partijen. De rechtbank benadrukte het belang van actieve inzet van beide ouders om de communicatie te verbeteren ten behoeve van de minderjarige.