Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig te gebruiken. Betrokkene voerde aan dat hij door het dubbel inparkeren van een ander voertuig genoodzaakt was deels op de invalideparkeerplaats te parkeren. De officier van justitie handhaafde de boete van meer dan €400.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging bewezen was en dat een beperkt parkeerplaatsenaanbod geen rechtvaardiging vormt voor het parkeren op de invalideparkeerplaats. Ook het argument dat de rechthebbende alsnog kon parkeren deed niet af aan het verboden karakter van de gedraging. Betrokkene had elders moeten parkeren.
Daarnaast werd erkend dat de hoorplicht jegens betrokkene was geschonden, wat leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter matigde daarom de boete met 25% tot €300 en wees proceskosten toe van €837 aan betrokkene. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag terugbetalen.
Uitkomst: De boete voor parkeren op de gehandicaptenparkeerplaats wordt gematigd tot €300 vanwege schending van de hoorplicht.